Enigszins voorbereid was ik wel, maar toch was mijn dag gemaakt toen ik ´s morgens op de deurmat een brief vond van de zakenclub. Deze club, in het Engels wel eens omschreven als businessclub, heeft als leden alleen gegoede burgers, rijk geworden door volstrekt legitieme handel.

Ik had er met de notaris van het dorp wel eens over gesproken, of hoe de ballotage dan in het werk ging en wat het minimum inkomen moest zijn om lid te worden. Toen ik de volgende ochtend bij de personeelschef voor het bureau stond om een flinke opslag los te krijgen keek hij mij meewarig aan. “Dit soort clubs is voor u en mij niet weggelegd”; zei hij mij, en ik kon af door de zijdeur.

Tandarts

Een paar dagen later lag ik bij de tandarts in de stoel. De goede man werkt zeer hard, heeft naast zijn 4‑ daagse praktijk in het dorp nog een dag praktijk in een ander dorp. Moet twee huizen onderhouden, heeft een paar paarden en moet daarnaast zijn drie auto´s nog wekelijks een wasbeurt geven. Ik zou niet graag in zijn schoenen staan.

Terwijl hij druk doende was mijn gebit te reguleren, vertelde ik hem over de nieuwe computer die weldra mijn leven zou verrijken. De mogelijkheden om verenigingsbladen te maken, de financiën te beheren, mailmerges te maken etc. Verrast keek hij mij over zijn monddoekje aan, en sprak: “bent u lid van de club”? Ik vroeg hem of hij misschien de zakenclub bedoelde, want ja, het salaris van een tandarts was misschien ook niet toereikend om lid te mogen worden. Welnu, waarschijnlijk toch wel, want deze goede man beheerde de financiën van deze club en was dus bestuurslid. Enigszins bedremmeld zei ik hem dat mijn salaris net niet toereikend was, maar dat ik het allemaal eens met de personeelschef besproken had.”Geen zorgen, dat komt allemaal wel goed”; zei mijn tandarts, “want waar zijn kruiwagens voor”.

Daar hoefde ik niet lang over na te denken en ik antwoordde meteen dat ik er wel eens eens leende van de buurman, want zand kruien zonder kruiwagen vergt enorm veel tijd.

“Ik zal met mijn confrères eens over u praten”; zei hij bij het weggaan tegen mij, “U hoort van ons”. Ik legde wat geld op tafel, want de tandarts hield van contant afrekenen. Ik kreeg geen bonnetje want dat was goedkoper, mij een zorg.

De Brief

Daar lag dus de brief, of ik mij dinsdagavond a.s. om 19.00 uur sharp wilde melden in de “Blauwe Club” in de dorpsstraat alhier. Ik riep vrouw, kinderen en hond en vertelde hen het goede nieuws. Apetrots waren ze, en ik ging meteen naar de buurman met de kruiwagen om hem het goed nieuws te vertellen. “Zo zie je maar”; zei hij, “Je moet nooit een oude kruiwagen wegdoen”. Dat moest ik wel beamen.

Ballast

Dinsdagavond, in mijn beste pak gestoken, een gleufhoed op het hoofd en van tevoren even naar de kapper geweest, stond ik voor de deur van de “Blauwe Club”. Een man, die volgens mij generaal was, zo´n mooi uniform had hij aan en anders mocht hij natuurlijk geen lid zijn, deed de deur open. “U bent?”; vroeg hij, waarop ik mijn naam zei en de brief toonde. In een grote zaal achter een enorme tafel zaten 6 personen op mij te wachten, het bestuur. Ik herken­de de tandarts, de dokter, de dierenarts, de aannemer, de notaris en de bankdirecteur. “Wat is uw ballast”; vroeg de dokter. Leuk die belangstelling, ik was drie weken geleden bij hem geweest, moest op de weegschaal plaatsnemen, kreeg wat adviezen mee en had contant afgerekend. Want de dokter stelde prijs op cash geld. dat was meer te vertrouwen dan de bank, bovendien kreeg ik korting, alleen kreeg ik geen bonnetje mee’. Ik vertelde hem dat ik na het bezoek aan hem, drie weken geleden, er al in geslaagd was om drie kilo’s kwijt te raken, nu nog 5 kilo´s te zwaar was en 85 kilo woog, maar dat zijn adviezen goed geholpen hadden. Alle personen achter de tafel begonnen druk te praten met elkaar, waarschijnlijk waren zij ook te zwaar en wilden van mij weten hoe ik er in slaagde om af te vallen.
CV

“Heeft u uw CV bij u”; vroeg mij de aannemer. Daar moest ik toch wel even om lachen, deze man moest toch weten dat hij twee jaar geleden bij mij een cv had aangelegd, ik had hem zelfs nog contant betaald. Dat was goedkoper had hij gezegd, maar dan kreeg ik geen bon­netje, mij een zorg. “Hij doet het nog steeds goed”; antwoordde ik dan ook. Weer begonnen de heren druk te praten. “Wat is uw achtergrond”; vroeg de dierenarts. Goed dat ik zo snel van begrip ben, want deze man wist precies waar ik vandaan kwam, hij had zelfs bij ons in de schuur de kalven gehaald en de koeien onderzocht. En mijn vader betaalde hem dan altijd contant, want dat was goed­koper alleen kreeg hij geen bonnetje, hem een zorg. “Ik ben er een van Krelis de Rampselaar, en met vader gaat het goed, dank u”.

Vermogen

“Wat is uw vermogen”; vroeg de directeur van de bank. Ook daar wist ik natuurlijk een antwoord op. Vijf weken geleden was ik nog bij hem geweest, omdat ik een erfenis van een oom had ontvangen, die ik veilig bij de bank onder wilde brengen. Alleen kreeg ik wel een kwitantie, maar werd het geld niet op een rekening geplaatst. Hij zou het veilig voor mij beleggen, dan hoefde mijn naam niet te worden vermeld en kreeg ik een hogere rente, mij een zorg. “Ik heb de kwitantie nog liggen, maakt u zich maar geen zorgen”; antwoordde ik.

Niet geschikt of toch wel

Het bestuur, sprak bij monde van de voorzitter de notaris mij toe, en zei: “Wij denken dat u toch niet goed in deze club thuishoort”. Waarop ik beleefd antwoordde: “Ik denk het wel, van alle praktijken in de afgelopen jaren, alle contante betalingen, alle verrichtingen zonder nota heb ik wat bewijzen achter de hand gehouden. Ook van u notaris, waar ik met bemiddeling van u met een boel contant geld de aankoop van mijn huis gefinancierd heb”.Even werd er door de heren druk overlegd, ze stonden op en kwamen vanachter de tafel naar mij toe en heten mij hartelijk welkom bij de club.  Met een knipoog naar de tandarts zei ik;” Waar kruiwagens al niet goed voor zijn, mijn buurman zei het al”.
Elke maand ligt er nu een mooi Clubblad op tafel en de mailings worden door mij verzorgd. De financiën blijven echter in handen van de tandarts, mij een zorg.