Theodoor kreeg van de tennis trainer een brief in de bus dat hij voortaan op donderdagmiddag van 16.45 uur tot 17.45 uur in een klasje van acht personen tennisles kon genieten. Dat kwam goed uit. Theodoor wist op donderdag niet goed hoe hij de dag moest doorkomen, want hij zat al tijden zonder werk en de biblio­theek was op donderdag de hele dag gesloten.

Dat werk was toch wel een probleem, hij had al diverse baantjes gehad maar op de een of andere manier hield hij het nooit lang vol. Zijn bazen vertelden hem dan dat hij veel te goed was voor dit werk en dat hij onder z’n niveau zat te werken. Nu dat was natuurlijk wel een pluim, alleen wist Theodoor niet wat zijn niveau was, maar daar kwam hij nog wel eens achter.

Ondertussen was het donderdag geworden en om 14.00 uur besloot Theodoor om zijn conditie eens wat op te vijzelen. Hij trok zijn soldatenkist­jes aan die hij ooit op de rommelmarkt had gekocht om wat stoerder over te komen en bereid­de zich voor op een lange wandeling door de parken van Huizen.

Na een uur lopen had hij al vijf kilometer afgelegd en was drijfnat van het zweet, maar ja nu nog terug naar huis. Gelukkig kwam zus Gertruida langs gefietst en mocht hij bij haar, achterop de bagagedrager naar huis.

Snel zijn tenniskleding aangedaan en naar de tennisvereniging gefietst. Bij de vereniging aangekomen be­merkte hij dat hij wat vergeten was. Namelijk zijn tennisrac­ket, zijn hand­doek, sham­poo en zeep. Vooral die laatste attributen waren erg be­langrijk.

Hygiëne
Theo­door had namelijk van zijn ouders geleerd dat hygiëne heel belang­rijk was en dat vrouwen daar heel gevoelig voor waren als een man zich goed verzorgde. Theo­door wilde toch nog wel eens een keer aan de vrouw en misschien zat er wel eentje naar hem te kijken dus, snel maar weer naar huis.

Thuis­gekomen merkte hij dat al dat lopen en fietsen toch wel wat energie had gevergd dus even snel 4 boterhammen met kaas klaargemaakt een beker melk erbij en vlug even naar binnen werken, dat kon nog wel. Goh, het was al bijna tijd voor de tennisles. Snel weer naar de tennisvereniging gefietst en geluk­kig hij was nog net op tijd.

Zijn medespelers waren wel wat klein uitgeval­len, maar nu kon hij ze eens tot voorbeeld zijn. Dat zou wat zijn “Theodoor, idool van de Huizer tennis jeugd”, hij zag het al voor zich. Eerst maar even een rondje warmlo­pen: zei de tennisle­raar, dat is goed voor de spieren.

Poeh, dat viel tegen met die boter­hammen en die melk, het klotste alle­maal in zijn buik. Oei, nu kreeg hij nog steken in zijn zij ook, zou dat zijn blindedarm kunnen zijn? Daarna moesten ze allemaal een paar kniebui­gingen maken en dan weer verder rennen.

Toen was het moment gekomen, ze kregen van de tennisleraar allemaal een bal, een nieuwe dit keer en niet een oude van de hond en moesten probe­ren om de bal omhoog te spelen en weer op het racket terug te laten vallen. Dat viel niet mee, die kleine kinderen hadden waarschijn­lijk al geoe­fend want die deden het veel beter, zag Theodoor. Na dit gejongleer moesten ze met z’n tweeën ieder aan een kant van het net gaan staan en de bal over het net slaan.

Pijn
Theodoor slaagde erin om de bal er overheen te krijgen maar wat nu, het kleine jonge­tje mepte de bal weer keihard terug. Ai, dat deed pijn, zo’n bal in je maag. Hoewel het jonge­tje toch wel wat vals grijnsde, ge­loofde Theodoor niet dat hij het expres deed. Waarschijnlijk kwam dit door het verschil in lengte.

Eindelijk de les zat erop, dat viel niet mee maar even door­zet­ten want hij wilde niet als een volslagen leek op de tennis­club aankomen wanneer over een maand het openingstoer­nooi zou zijn. Tja, daar zat hij toch wel wat mee in zijn maag.

Openingstoernooi
Een vriende­lijke meneer die hij tijdens de labeluitrei­king had gesproken ver­telde dat het openingstoernooi voor een ieder erg leuk was en dat het niet uitmaakte hoe goed of slecht je speelde, want het was maar voor de lol. Bovendien leerde je eens wat mensen kennen. Nu dat laat­ste was wel erg fijn, want veel vrienden had Theo­door niet, geen één eigenlijk.

Over de labeluitreiking gesproken, Theodoor vond dat festijn toch wel heel erg leuk ge­weest. Er stond een drankje voor de mensen klaar en iedereen was zo vriendelijk, het leek wel een grote familie. Als hij daar eens bij zou mogen horen, maar ja hij was een vreemde eend in de bijt natuurlijk.

De man achter de drankjes had hem eerst met grote ogen aange­keken maar daarna geprezen toen hij in plaats van een wijntje een glas melk vroeg. “U drinkt niet meneer”, zei hij: “Nou bewon­de­renswaardig hoor, ik wou dat ik dat kon­”. Theo­door groeide van trots, zo dat deed hij toch maar even. Mis­schien dat hij door zijn instelling, tijdens zijn bardienst de andere leden ook nog wel kon over­tuigen dat alcohol slecht voor de gezondheid was. Hij had zijn vader om raad gevraagd en die zei; nu Theodoor in godsnaam dan maar, maar houd ze in de gaten. Nou dat zou hij wel doen, reken maar.

“Zo Theo­door”, zei broer Hendrik, de kenner:” Zater­dag mag je op het heilige der heili­gen spelen, ik wens je veel succes”. Zijn moeder glom helemaal en wierp nog eens een blik op de mooie foto die ze van Theo­door had gehad.

Het openingstoernooi
De grote dag van het openingstoernooi was daar en Theodoor voelde zich na 4 tennis­lessen toch al een hele crack. Hij stapte op het grote bord in de gang van het club­huis af en keek waar zijn naam stond. Aha, om 10.00 uur moest hij spelen samen met ene heer Visser.

Dromerig keek hij over de gravelbanen, het heilige der heili­gen. In zijn tas had hij een kleine jampot, waar hij straks stiekem wat gravel in zou doen, voor de verzameling. Hij zat nog met een brandende vraag; moest hij het gravel nou kussen of niet? Want zo had zijn broer Hendrik verteld: “Dat deden de cracks ook”. Hij zou eens goed naar de andere spelers kijken, hoewel je natuurlijk nooit wist of die wel van deze “crack” gewoonte op de hoogte waren.

In de bar zag hij dat iedereen heel beleefd was tegen een niet te grote, maar wel brede man, die niet in tenniskleding was gedost. Goedemor­gen meneer van den Hoek, mooi weer vandaag meneer van den Hoek.

Dat zou wel de eigenaar zijn, dacht Theodoor, want tegen alle andere mensen was het jij en jou. En ja hoor, die meneer van den Hoek was de grounds­man, dus degene van wie de grond was. Nu die moest hij te vriend hou­den. Hij zou hem volgende keer eens een glaasje melk of een glas limonade aanbieden.

Barbezetting
Achter de bar stond al een lid koffie uit te schenken, goh wat had die man het druk.
Theodoor hoorde dat er eigenlijk nog iemand zou komen, maar die had gisteren toeval­lig allebei zijn handen verstuikt en kon dus niet komen. Toch wel zielig voor die man, want dan kun je ook niet tennissen, maar ja.

Wat zag hij daar nou, daar probeerde iemand een kop koffie met een briefje van vijftig Euro te betalen. Dat zou waarschijnlijk wel een hele rijke man zijn. Nou Theodoor had meestal maar een paar losse Euro’s bij zich, maar zeker niet van dat grote geld, want zijn moeder waarschuwde dat er altijd wel mensen waren, die op een ander­mans geld zaten te spinzen.

Wisselen
De per­soon achter de bar deed ondertussen verwoede pogingen om het biljet te kunnen wisselen, maar dat ging mooi niet. Wat een probleem was dat, als hij daar in zijn bardienst maar niet mee te maken kreeg.

Daar kwam een man met een baard op hem af: “Bent u Theodoor Teut?”, vroeg de man. “Ja dat klopt”, zei Theodoor. “Dan wil ik u, als nieuw lid, eens vragen om in een van onze commis­sies zitting te gaan nemen”. De schrik sloeg Theodoor om het hart, “Maar.. maar.. dat kan ik helemaal niet”, zei hij. “U kunt alles”, zei de man:” Als u maar wilt”. Nu dat klonk Theodoor bekend in de oren, dat zeiden de leraren op school vroeger ook altijd tegen hem. “Goed”, zei hij: ” Ik wil het wel eens probe­ren”.

(volgende keer de commissie)