Een dag op de baan

 

Zoals alle leden van de tennisvereniging Huizen gaat ook Teut wel eens een dag gewoon het veld in, met andere woorden hij betreedt het slagveld, met andere woorden hij gaat tennissen.

Zondagmorgen om 9.00 uur was zijn afspraak om te singelen met zijn neef Zebedeus. Dus klokslag 08.50 parkeerde Theodoor zijn cabriolet op het parkeerterrein van de tennisvereniging en ging het clubhuis binnen om zijn label vast af te hangen. Hij had geluk want er waren al 6 banen volgehangen met een bordje competitie en een vrije baan hing ook al vol.

Nog even snel een kopje koffie en wachten op zijn neef. Het werd gezellig druk want er kwam een groepje mensen het park op met waarschijnlijk hetzelfde idee. Ze hingen ook hun labels in en kwamen aan de bar om eveneens een kopje koffie te pakken. Theodoor’s  neef kwam gelukkig op tijd binnen, zodat ze meteen om 09.00 uur konden spelen. Teut vertelde Zebedeus maar bij te hangen op baan 2, zijn label hing er al in. Wat een verrassing, zijn bordje lag op de grond en anderen hadden op baan 2 afgehangen. Het groepje dat nog steeds koffie zat te drinken. Theodoor, niet op zijn mondje gevallen, stevende op de heren af en vroeg of er misschien een vergissing was gemaakt. Dit bleek niet het geval te zijn want zij hadden voorrang, zij speelden immers elke zondag en bovendien mag je niet alleen afhangen. Theodoor maakte zijn excuses en hing zijn label maar in op een baan, waar om 10.00 uur de competitie zou starten. Dat mocht, had iemand hem eens verteld. Een oudere man kwam kwaad op Teut af en vroeg waar Theodoor in godsnaam mee bezig was. Hij had zondagdienst en was de gehele zondag de baas op het park. Hij vertelde Teut dat op 6 banen de competitie wordt gespeeld. Het feit dat er nog niemand van de competitieteams aanwezig was maakte niets uit. Besproken is besproken.

Theodoor besloot maar achter de heren op baan 2 in te hangen. Om 09.45 was het zover en hij en zijn maatje togen naar de baan. Foutje van hem, want de spelers op baan 2 mochten tot 10.15 spelen. Teut keek op het labelbord en inderdaad, ze hingen in vanaf 09.30 uur en mochten dus drie kwartier spelen. Eindelijk om 10.15 uur was het zover en kon hij op de baan, De heren waren echter nog druk bezig met de laatste set. “Nog even deze set afmaken”: zei de grootste van het stel. Daar kon Teut wel inkomen,  zodat hij maar besloot te wachten. Half elf hadden ze hun set beëindigd, dus na alle rek- en strekoefeningen gingen Teut en Zebedeus de baan op, echter niet voor lang want een kwartier later kwamen de heren weer terug en vroegen dringend doch beleefd of Teut van de baan afwilde want zijn tijd was om, helaas.

Koffietijd

De 2 neven gingen, nadat ze de ballen uit de bosjes hadden gezocht en onder de brandnetelprikken zaten, maar gezellig een kopje koffie drinken. Intussen waren de competitieteams binnengekomen, het was ook al 10.45 uur. Teut werd verteld ‘dat de competitieteams erg belangrijk waren en dat ze van hun tafeltje af moesten’, Ze moesten maar buiten gaan zitten’. Daar kon Teut inkomen en zodoende verhuisden de neven maar naar buiten. In het clubhuis gingen de teams gezellig bij elkaar zitten en de meegebrachte taarten en koeken kwamen op tafel. Messen en vorken werden geleend uit de keuken en een ieder van de teams kreeg een stukje taart. Dat zag er goed uit, vond Teut. Aangezien hij nog niet had gegeten en het inmiddels al 11.30 uur was, kreeg  hij trek in een patatje. Lekkerbek als hij was, had hij al gezien dat je die aan de bar kon krijgen. “Mag ik een patat van u”, vroeg aan de het dienstdoende bardienst -lid, “en graag niet teveel zout want dat is slecht voor mij”. De vrouw keek hem minachtend aan en vertelde hem er niet aan te denken om patat te bakken. “Daar ben ik niet voor ingehuurd en bovendien gaan mijn kleren en mijn haar stinken. Daarnaast kun je pas patat krijgen na 14.00 uur”. Theodoor probeerde het nog eens beleefd en vertelde de vrouw dat patat wel op het bord aangeprezen stond en dat de tijd er toch niet toe deed. Een grijze man, die eveneens bardienst had, stevende op hem af en vertelde Teut niet zo brutaal te zijn, anders zou hij wel eens als lid geroyeerd kunnen worden.

Dat ging Teut te ver. Hij was het wel eens met die fijne mevrouw, want ze rook erg lekker en had haar goede kleren aan, dus besloot hij maar een broodje kaas te nemen.

“Jij bent wel een lastig mannetje, hè; zei de grote man. Nu opdonderen, anders gooi ik je van het park af”. Gelukkig had Henk nog een boterhammetje van de dag ervoor in zijn tennistas, dus kreeg Teut toch nog iets naar binnen. Bovendien zat er servelaat worst op en dat was zijn lievelingsbeleg.

Stress.

“Zullen we nog een bal gaan slaan?”: vroeg hij zijn neef. Helaas, alle 2 vrije banen waren voor de rest van de dag bezet. Ze besloten nog maar even naar het spel van de competitieteams te kijken.

Het bleek dat de stress om de eer te verdedigen toch wel erg groot was, want er werd met termen gegooid, die in Teut zijn vocabulaire niet voorkwamen. Ook werd er herhaaldelijk met een racket tegen de grond geslagen en werden ballen hard over de hekken gemept. ” Ze hebben het maar moeilijk, verzuchte Theodoor, het is ook niet niets om zulke belangrijke wedstrijden te moeten spelen en dan met zulke slechte rackets en met zulke slechte ballen.”  Zebedeus stelde voor om dan maar naar huis te gaan. Op de parkeerplaats aangekomen, ontdekte Teut dat er iemand tegen zijn wagen was gereden. Een fikse deuk in de achterklep was het bewijs. Iemand met een rode wagen, tenminste de rode verf zat er nog op, had hem waarschijnlijk geraakt. Helaas was er geen rode wagen te bekennen. Theodoor ging terug naar de bar en vroeg aan de dienstdoende bardienst -leden of zij misschien iemand kenden met een rode wagen die vandaag getennist had. “Wij hebben geen leden met rode wagens”: vertelde de zondagsdienst, ” en zeker geen leden die zonder iets te zeggen tegen een ander aan rijden”. Dat moest Theodoor beamen, dat is niets voor leden van deze fijne tennisvereniging. Die bestaat alleen maar uit fijne mensen, heel sociaal en heel fijngevoelig. Hij was toch niet voor niets lid van Tennisvereniging Huizen geworden.