Het is inmiddels 12 jaar geleden dat we iets van Theodoor Teut hebben gehoord…

Teut die in 1997 op 35 jarige leeftijd lid was geworden van de Tennisvereniging Huizen en met zijn eigen aanpak geliefd was bij jong en oud. Een heel gewone ziel met het hart op de goede plek en een beetje goedgelovig, maar altijd respect toonde voor de ander.
Theodoor die met een door zijn zus Gertruida gebreide tennis outfit op de club verscheen. Bandages voor ellebogen, onderarmen, knieën en enkels had en zodra hij ging tennissen een veiligheidsbril op zijn hoofd zette, want de mogelijkheid van een bal op je ogen was immers altijd aanwezig.
Teut die het van assistent groundsman van Jan Bolkestein tot personal manager van Boris Becker had geschopt. Theodoor, die in Monte Carlo zijn eigen wool- imperium was begonnen onder de naam TT en beroemd was geworden met zelfgebreide tennisoutfits.

Parijs

Zou Theodoor nog steeds met zijn echtgenote Beatrice en zoon Tehbe Ce in Monte Carlo wonen? Zou hij überhaupt nog leven? Ik besloot hem eerst via de media op te sporen. Genoeg krantenartikelen met de kop Teut verkoopt Wool-Imperium voor miljarden en Wegen scheiden voor Teut en Becker. Maar ja, deze krantenkoppen waren een beetje gedateerd. Ik kwam niet verder.

De familie maar eens proberen. Neef Zebedeus was helaas vorig jaar bij een fietsongeluk in een coma geraakt en was niet aanspreekbaar. Oom Jacobus leefde nog wel, maar was zwaar dement. Zijn ouders waren 5 jaar geleden kort na elkaar overleden. Opeens zag ik een advertentie van Gertruida Teut Tennis ballen gevraagd en een contactadres in Parijs.

Ik besloot de TGV naar Parijs te nemen en Gertruida daar op te zoeken. Een schitterend 17de eeuws pand in het 7de arrondissement. Op de gouden plaat aan de gevel stond L’ecole Caganer. Zodra ik aan de bel had getrokken werd de zware deur opengedaan door een prachtig Frans dienstertje. Geheel in uniform zoals het betaamd.

Gertruida

“Oui monsieur”, vroeg ze op vriendelijke toon. Ik vertelde haar in mijn beste Frans op zoek te zijn naar Gertruida Teut. “Ah madame Gétru, s’il vous plaît suivez-moi”. Ze liep bevallig voor me uit en op dat moment herinnerde ik mij waarom ik toen ik jong was in Frankrijk wilde wonen.

In een prachtig ingerichte kamer zat een goed verzorgde knappe vrouw van tegen de 60. “Gertruida?”, vroeg ik voorzichtig. Er werd bevestigend geknikt. “En wie bent u? Uw gezicht komt me zo bekend voor”. “Ik ben Mac, ken je me nog?” “Maar natuurlijk zei ze, je bent er geen dag ouder op geworden”. Waarna een hartelijke omhelzing volgde. “k was eigenlijk op zoek naar Theodoor en dacht: de enige die weet waar hij kan zijn ben jij”.

Theodoor heeft een andere roeping gevolgd en woont in het naburige pand. Hij reist van tijd tot tijd naar zijn instituten in Nice, Ibiza, Zurich en Wenen. Ik heb mijn breipennen neergelegd en ondersteun Theodoor. Zoals altijd. We hebben deze instituten opgericht om de verwende jeugd – de rijkeluiskinderen en de zogenaamde kakkers – herop te voeden tot sociaal begaafde mensen. “Aha, vandaar de advertentie tennis ballen gevraagd”, bracht ik naar voren. Gertruida knikte en ze zei: “door de welvaart van de ouders zijn er steeds meer asociale jongeren in de leeftijd van 10 tot 25 jaar. Soms zelfs nog ouder”.

Op dat moment kwam Theodoor de kamer binnen lopen. Hij zag er verzorgd uit en was gekleed in een mooi pak. “Welkom Mac”, begroette hij mij en op zijn Frans en ik kreeg twee kussen op de wang.

Apprendre la Vie

“Tja.” zei hij, “je zult wel van Gertruida gehoord hebben dat we aan Apprendre la Vie
zijn begonnen. In het Nederlands Het lerend leven

“Veel ouders hebben nauwelijks nog tijd voor hun kinderen. Ze hebben zelf een druk sociaal leven, werken beiden, worden gek gemaakt door de media hoe ze eruit moeten zien en hoe hun leven ingevuld moet zijn. Moeten ook nog eens allerlei hand- en spandiensten verrichten op de scholen van hun kroost. Ze zetten zich niet in voor de maatschappij of het verenigingsleven. Normale gesprekken zijn niet meer mogelijk. Zijzelf en hun kinderen zitten de hele dag op hun mobieltje te tikken en te kijken. De kinderen op hun beurt hebben weinig tot geen ontzag voor ouderen of voor de hulpdiensten en leven hun eigen leven. Er zijn gelukkig een heleboel uitzonderingen. ”.

“Je boft dat we elkaar nog treffen in Parijs”, zei Teut, “want vanavond vertrek ik naar Hilversum voor de opening van een nieuw instituut”.

Niet bij ons

“Ik vind de term tennis ballen  een beetje denigrerend”; zei ik. “Als je bijvoorbeeld naar onze tennisvereniging – TV Huizen – kijkt dan valt het reuze mee met de asociale jeugd of met hun ouders. Daar wordt gewoon getennist met elkaar. Na afloop wordt er minimaal gedronken en houdt men een levendig gesprek met het andere team. Gsm’s zitten ver weg gestopt in de sporttas en worden pas bij het verlaten van het park weer tevoorschijn gehaald. Er wordt niet geschreeuwd op de baan en de feestjes eindigen steevast om 23:00 uur. Gewoon zoals het hoort. De commissies zijn goed bemenst en de vereniging wordt gedragen door heel veel vrijwilligers- in alle leeftijdsklassen”.

“Dat komt dan ongetwijfeld door de cursussen die Theodoor in het verleden op jullie vereniging heeft gegeven”; zei Gertruida. “Zoals o.a. Hoe gedraag je je in een commissie? en Effectief omgaan met je partner en gastheerschap. Dus wat jij zegt is dat we eigenlijk Tennisvereniging Huizen als voorbeeld kunnen nemen en we via de media bekend kunnen maken dat er in Huizen nog steeds fatsoen en moraal bestaat?”

“Ik zei dat de leden dat wel op prijs zouden stellen. Zeker in een jaar dat Tennisvereniging Huizen 40 jaar bestaat mogen ze trots zijn dat de oude normen en waarden daar nog steeds gehanteerd en nageleefd worden. Kom binnenkort zelf maar eens langs Theodoor, dan kun je je er zelf van vergewissen”.

Theodoor pinkte een traantje weg, trots als hij was op “zijn vereniging”.

Na dit heerlijke weerzien was het tijd om afscheid te nemen. Met een au revoir et à bientôt stapte ik de deur van het instituut uit. Natuurlijk kreeg het lieftallige dienstertje ook nog een afscheidskus. Gewoon op zijn Nederlands. Eén op elke wang en één op de mond. “C’est une coutume aux Pays-Bas”; zei ik haar. Ze keek me met haar prachtige ogen aan en zei “le mieni aussi”.

Ik zou er zeker nog eens terug komen.