De familie Mazer was dit jaar op vakantie naar de Cote D’azur en besloot om Theodoor Teut met een bezoekje te vereren.

hier volgt het relaas.

We besloten op een warme ochtend naar Nice, hotel Carlton af te reizen. Theodoor had immers in zijn laatste brief geschre­ven dat hij daar verbleef.  Van te voren hadden we ervoor gezorgd de netste kleren in de auto te leggen, want je kunt nooit weten. Het hotel zag er in ieder geval erg statig uit, car-boys bij de ingang een portier die de “gouden” deur open­hield en een prachtige lounge waar de aiorconditionig volgens ons op volle toeren moest draaien om de buitentemperatuur van 37  naar 20  terug te brengen.

Bij de receptie aangekomen vroe­gen we naar de hotelkamer van de Teut. De vriendelijke recep­tio­niste reageerde­ meteen, ah monsieur Teut, vous etes familie. Wij legden haar uit dat we de heer Teut van de Hui­zense ten­nisvereniginging kenden en dat het hem en ons waar­schijnlijk een groot plezier zou doen elkaar te ontmoeten. Het bleek dat Theodoor de beschikking had over 5 kamers, allen naaste elkaar gelegen op de eerste verdieping. We zouden opgehaald worden door de secretaris van monsieur Teut. Een persoon kwam op ons af met een gebreide short, sweater en met een haarband aan, met de initialen T.T. ” Bonjour, je suis Henry Teut”: zei hij, “de secretaris van Theo”. De naam Henry kwam ons enigszins bekend voor maar we konden hem niet meteen plaatsen.

Fans

We werden naar de ontvangstkamer gebracht waar een statige heer ons naar de identiteitsbewijzen vroeg, ook hij was gekleed als Henry, bovendien droeg hij een badge met Jacques op z’n shirt. Na wat vragen mochten we dan door naar Theodoor. Deze lag languit op een massagebed, waar hij werd gemasseerd door een aantrekkelijk uitziende dame, die haar instructies kreeg van een struise vrouw, in de gebreide kle­ding met op haar badge “Gétru. Een fotograaf in outfit met badge Thobias begon driftig foto’s van ons te maken. ” U bent fans”, vroeg Theodoor ons? “Een beetje”, verklaarden wij,” u heeft het niet slecht gedaan sinds uw vertrek bij de Huizer Tennis­vereniging”. Nee, antwoordde onze held, ik heb zelfs mijn familie laten overkomen, en ben een modehuis begonnen met zelfgebreide tennis-outfit. Toen ging ons een licht branden, Henry was Hendrik, de broer, Gétru was Gertruida, de zus die in de verpleging zat en Jacques, oom Jacobus. De rest was ook allemaal aanwezig.

(volgende keer vervolg)